Lieve lezer, ik ben Frank, architect van beroep en pelgrim van de esthetiek. En als er één plek is waar de tijd zich heeft teruggetrokken in de plooien van het landschap, dan is het wel… De stille architectuur van het Troodos-gebergte
Troodos. De naam moet je uitspreken met de tongval van een oude man die zijn eigen graf al heeft uitgekozen: zwaar, met de klank van aarde en ijzer. Je komt hier in de bergen van Cyprus, en het eerste wat je treft is de harde, onvermurwbare stilte van de natuur. Dit is geen speelterrein voor de mens; het is een altaar van steen en ceder. De dorpen zijn hier geen verzamelingen van huizen, maar clusters van verhalen, dicht op elkaar gedrukt, uit angst voor de oneindigheid van het woud. Je wandelt er langs, en je voelt de huid van de bergen, de nerven van de geschiedenis. De Byzantijnse kerken, UNESCO-werelderfgoed, zijn de wonden in deze aarde. Ze zijn gevuld met fresco’s die schreeuwen over heiligheid en lijden, beelden die je niet aankijken, maar dwars door je heen kijken, alsof ze al wisten van je twijfels voordat je ze zelf bedacht. Het is de schoonheid van het verval, de poëzie van de verrotting. De pijn van het Christendom, ingebeiteld in de koele, vochtige muren. De dennenbomen hier ruiken naar hars en verlangen. Naar wat? Naar de zee, naar de vergetelheid, naar een god die misschien toch nog bestaat. Troodos is een plek om te zwijgen. Om te luisteren naar de wind die de zinnen van het verleden door de valleien blaast. Het is een stenen echo, een verlangen naar het onzegbare.