Restaurants in Ieper zijn als de zware, herrezen stenen van de Lakenhalle: ze dragen een onmetelijk gewicht aan geschiedenis met zich mee, maar binnenin gloeit de onverwoestbare warmte van de Vlaamse gastvrijheid die weigert te…
Architectuur in Dinant is als een wandtapijt waarin de draden van de tijd zich onontwarbaar hebben verstrengeld, een surrealistisch schouwspel waarbij de verticale rotswand de stad dwingt tot een smalle, haast claustrofobische dans langs de…
Restaurants in Antwerpen zijn als de verfstreken van een meester op een vochtig canvas; ze glanzen van gulzigheid, barsten van barokke overdaad en zinderen na in de diepe onderbuik van de stad. Als ik door…
Bijzondere gebouwen in Oostende vormen de ruggengraat van een stad die voortdurend vecht tegen de zoute erosie van de tijd en de grillen van de Noordzee. Ik ben Frank, zesenzestig jaar, architect en een man…
Gent is een stad die haar geheimen niet zomaar prijsgeeft aan de haastige voorbijganger. Ze is een versteende herinnering, een labyrint van water en zandsteen waar de geschiedenis in de kleinste voegen van de muren…
Sport in Leuven is een zaak van vlees, bloed en een bijna religieuze overgave aan de fysieke aftakeling die we voor het gemak ‘prestatie’ noemen. Als man van vijfenvijftig heb ik de wereld gezien, maar…
Sport in Antwerpen is als een rauw stuk biefstuk dat nog na-siddert op de slagersplank; het is vitaal, bloederig en onweerstaanbaar eerlijk. Als ik, Gabriel Cairo, inmiddels vijfenvijftig jaar oud en gezegend met een knie…
Vliegtickets naar Gent kopen is een bezigheid voor de chronisch gedesoriënteerde reiziger, een tragikomisch misverstand dat enkel kan ontspruiten aan een brein dat de topografie van de Lage Landen volledig uit het oog is verloren.…
Gebouwen in Antwerpen zijn meer dan louter stapelingen van baksteen en beton; het zijn de tastbare getuigenissen van een collectief geheugen dat zich door de eeuwen heen heeft vastgezet in de Vlaamse klei. Als architect…
Films in Gent. Wanneer ik over de eeuwenoude kasseien van deze koppige stad loop, zie ik geen gewone straten of anonieme gevels. Ik zie kaders, ik zie de perfecte lichtval op verweerde muren en ik…
België. Ach, België. De ultieme metafoor voor de mislukte staat, het land dat zichzelf zo graag in de maling neemt. Ge komt hier aan, en het eerste wat ge ziet, is de chaos, de infrastructuur die het einde van de westerse beschaving aankondigt. Brussel, de hoofdstad van Europa, een klucht van beton en bureaucratie. Maar dat is de schoonheid, hè. De onvolmaaktheid, de onkunde om zichzelf serieus te nemen. De Vlaamse steden—Antwerpen, Gent—die met een zekere arrogante elegantie hun middeleeuwse glorie tentoonspreiden. En dan de Waalse melancholie. Het is de triomf van het absurde. De friet, het bier, de surrealistische kunst. Alles is hier een beetje te veel, een beetje overdadig. Ge moet de Belg omarmen in zijn contradicties, in zijn fundamentele dubbelzinnigheid. Het is een land voor de fijnproever van de ironie, de reiziger die niet de perfectie zoekt, maar de menselijke faliekante poging tot orde. Vergeet de gidsen. Laat u verdwalen. En drink een te zwaar bier in een te donker café. Dat is de ultieme Belgische ervaring.