Ga naar de inhoud

Je komt in Linköping en je denkt: keurig. Te keurig. Het is de dwangmatige netheid van de Zweden die hier triumfeert. Die domkerk, die hoog de lucht in priemt, is een gotspe van plechtstatigheid. En die universiteit, vol met gladde jongens die weten hoe ze succesvol moeten zijn. Het is de verveling van het welzijn die hier regeert. Je zoekt naar een scheur in de façade, naar een teken van echte menselijke ellende, maar je vindt alleen georganiseerd geluk. De Göta kanaal, zo aangelegd, zo onwerkelijk blauw, het is een symbool van de beheersing van de natuur. Ik heb liever de rauwe chaos van een vuile havenstad, waar de geheimen niet onder het tapijt worden geveegd. Je wandelt langs de rivier en je vraagt je af wat er echt schuilgaat achter die perfecte glimlach. Waarschijnlijk niets. En dat is het ergste. Je drinkt een kopje koffie, en je voelt je vies in die te propere wereld.