Ga naar de inhoud

Eschen. Klinkt als een onopvallend stuk hout, en dat is het ook een beetje. Dit is Liechtenstein, mijn beste, het absurd kleine, belachelijk rijke landje dat we allemaal vergeten. Eschen is geen stad, het is een agglomeratie van degelijkheid. En dat is alvast iets. Geen chaos, geen drama, geen schreeuwende reclame. Alles is netjes, opgeruimd, bijna steriel. En de mensen? Die zijn vast even saai als hun huizen, met hun goed opgeruimde gazons en hun overzichtelijke bankrekeningen. Maar dat is de grap. De afwezigheid van ellende is hier het grootste drama. Je kunt hier wandelen, en je afvragen: waar is de frictie? Waar is de menselijke tekortkoming? En je vindt ze niet, want alles is onder controle, georganiseerd, verzekerd. Het is de dictatuur van de perfectie. En dan ga je naar de plaatselijke kroeg, als die er al is, en je zoekt naar de gebroken ziel achter de glimmende façade. Maar die vind je niet, want iedereen heeft hier therapie en een goed pensioen. Eschen is de ultieme middelmatigheid, en dat is de meest deprimerende vorm van schoonheid die er bestaat. Je moet hierheen gaan om te beseffen hoe saai het leven kan zijn als alles perfect is. En dan ben je blij als je weer weg bent, terug naar de heerlijke, smerige chaos van de rest van de wereld.