Ga naar de inhoud

Liechtenstein. Een microstaat. Een geografische boutade, zo u wilt. Alsof het land zichzelf continu moet bewijzen dat het überhaupt bestaat op de kaart. Ge arriveert in Vaduz, de hoofdstad, en de eerste indruk is die van een zorgvuldig geënsceneerd decor. De Alpen, prachtig, maar ze zijn slechts de achtergrond voor dit fiscale sprookje. Het kasteel van de prins, hoog op de rots, kijkt neer op de vallei met de onverstoorbare blik van het Kapitaal. Het is de ultieme triomf van de periferie die zichzelf tot centrum heeft verheven. Wat is hier te zien? De Postzegels. De Kunst. De Banken. Allemaal symbolen van een welvaart die zo discreet is dat ze bijna onzichtbaar wordt. Dit is geen plek voor het rauwe, het onverbloemde leven, neen. Dit is een plek voor de perfectie van de façade, de stilte die de financiële zwaartekracht moet maskeren. De reiziger die hier komt, zoekt niet naar de stad, maar naar de illusie van de alpenidylle, gekocht en betaald door het wereldwijde geldverkeer. Een fascinerende observatiepost voor de cynische estheet.