Ga naar de inhoud

Reykjavik. Het zachte weefsel van de stad ligt als een sjaal om de schouders van de vulkanische rots. Hier is de aarde nog jong, nog aan het zoeken. Ge voelt de hitte onder de zolen van uw schoenen, de zwavel die de lucht zwaar maakt. De stad zelf, een lappendeken van kleurrijke huizen, is een poging tot het negeren van de koude, brute waarheid van de natuur. Maar de waarheid is er. Die oceaan, zwart en immens, die de kusten opvreet. De gletsjers, wit en ongenaakbaar. IJsland is de confrontatie tussen het vlees en de steen, tussen het menselijke en het oerkrachtige. Ge zoekt in de bars naar de warmte, naar de wodka die de kou uit de ledematen jaagt. Ge kijkt naar de IJslanders, die kleine, stoïcijnse mensen die met een soort heroïsche vanzelfsprekendheid in deze helft van de wereld leven. De stad is een verzameling zenuwen, verbonden door de geothermische aders van de aarde. Laat de wind uw kleren van uw lijf rukken. Laat de stenen u vertellen over de geboorte van de wereld. Dit is het land van het begin, van het pure, ongeremde geweld. En ge zijt slechts een getuige.