Een stedentrip naar Egilsstaðir is een onderneming voor de reiziger die heeft begrepen dat de werkelijkheid zich niet laat vangen in de glitter van een wereldstad, maar zich schuilhoudt in de plooien van een basaltlandschap…
Citytrip naar Egilsstaðir: Wandelen door het Oosten
Een citytrip naar Egilsstaðir is als het pellen van een IJslandse ui: laag voor laag ontdek je de rauwe, onversneden schoonheid van het oosten, terwijl de koude wind je ogen ongegeneerd laat tranen. Als reisagente heb ik veel plekken gezien waar de mens probeert de natuur te overschreeuwen, maar hier in het oosten van IJsland houdt de mens wijselijk zijn mond. Voor de vijftiger die niet bang is voor een spatje modder op de wandelschoenen en die de voorkeur geeft aan de geur van natte aarde boven die van goedkope parfum, is dit een openbaring. De stad zelf, als je die verzameling huizen aan de oevers van de Lagarfljót zo mag noemen, is een pragmatisch vertrekpunt. Het is een plek waar de elementen de dienst uitmaken en waar jij, met je opgebouwde levenswijsheid, eindelijk eens niet de regie hoeft te voeren.
Je wandelt hier over paden die er al lagen voordat de eerste Viking zijn schip op de kust trok, door bossen die dapper weerstand bieden aan de ijzige adem van de poolcirkel. In deze gids neem ik je mee langs de uitersten van dit landschap: van de verstilde diepte van het meer, waar een monster de gemoederen bezighoudt, tot de brute verticale kracht van de watervallen die het basalt uiteenrijten. Een citytrip naar Egilsstaðir vraagt om een naturalistisch oog; je ziet de wereld zoals ze is, zonder filter of opsmuk. Trek je stevigste jas aan, laat je hooggeleerde overtuigingen even rusten en voel hoe de IJslandse grond onder je voeten zindert van geschiedenis en oerkracht.
Strek je benen langs de oevers van de Lagarfljót, een watermassa die zo grijs en ondoorgrondelijk is dat je direct begrijpt waarom de lokale bevolking zweert bij het bestaan van een monster. Dit meer is het middelpunt van de regio en populair vanwege de serene, bijna melancholische sfeer. De uiterlijke kenmerken zijn bedrieglijk kalm, maar de inhoudelijke diepte herbergt verhalen die generaties hebben gevoed. Wandelaars vinden hier paden die langs de waterlijn kronkelen, waar de wind rimpels trekt in de vloeibare spiegel van het oosten.
Het pad langs het meer biedt een visuele training in grijstinten. Het is de plek waar je leert dat stilte ook een geluid kan zijn. De populariteit schuilt in de toegankelijkheid; je hoeft geen bergbeklimmer te zijn om de grootsheid van de IJslandse binnenwateren te ervaren. Het is een oefening in geduld, wachtend op een rimpeling die het monster zou kunnen verraden, terwijl je in werkelijkheid alleen je eigen reflectie ziet verouderen.
Ainoa's indruk:"Ik heb daar gestaan, met mijn thermoskan lauwe koffie, turend naar dat grijze water. Er is iets absurds aan de menselijke behoefte om monsters te zien in een meer dat op zichzelf al indrukwekkend genoeg is. Het monster is voor mij de metafoor van onze eigen angsten. Maar eerlijk is eerlijk: als de mist over het water kruipt, voel zelfs ik een rilling die niets met de temperatuur te maken heeft. Het is de mooiste plek om je even heel erg onbeduidend te voelen."
Als er één plek is die de brute schoonheid van de IJslandse geologie samenvat, dan is het Hengifoss. Deze waterval, een van de hoogste van het land, dondert naar beneden tegen een achtergrond van basaltlagen die gescheiden worden door dunne, rode strepen van klei. Het uiterlijk is dat van een gigantische spekkoek van steen. De klim naar boven is een fysieke dialoog met de zwaartekracht, populair bij diegenen die de textuur van de aarde onder hun nagels willen voelen.
De populariteit van Hengifoss komt door dit unieke visuele schouwspel. De rode lagen vertellen het verhaal van duizenden jaren vulkanische activiteit en bodemvorming. De wandeling erheen is pittig, maar voor de vijftigplusser met een goede conditie is het een triomf. Halverwege passeer je de Litlanesfoss, die omringd wordt door perfecte zeshoekige basaltkolommen die eruitzien als door goden gehouwen orgelpijpen.
Ainoa's indruk:"Hengifoss is de plek waar je kuiten gaan schreeuwen en je hart gaat zingen. De rode strepen in de rotswand zijn als de rimpels in een geleefd gezicht: elke laag is een herinnering aan een uitbarsting. Ik ben daar vorig jaar omhoog gezwoegd en bovenaan voelde ik een soort primitieve overwinning. Het water dat daar omlaag valt, trekt zich niets aan van je vermoeidheid. Het is rauw, eerlijk en verdomde indrukwekkend."
IJsland en bossen zijn doorgaans een contradictio in terminis, maar Hallormsstaðaskógur is het eigenwijze uitzonderingsgeval. Dit grootste bos van IJsland, gelegen nabij Egilsstaðir, biedt meer dan 40 kilometer aan wandelpaden. De uiterlijke kenmerken zijn een verademing: een groen labyrint van berken en lariksen in een land dat verder vaak kaal is als een biljartbal. Het is populair omdat het beschutting biedt tegen de eeuwige wind, een plek waar de natuur even haar adem inhoudt.
De inhoudelijke waarde van dit bos zit in de herbebossingstraditie die hier al sinds 1899 standhoudt. Voor de geoefende wandelaar zijn er routes die variëren van zachte bospaden tot steilere klimmetjes met uitzicht over het meer. Het is een visuele anomalie die je zintuigen in verwarring brengt; je ruikt hars en dennennaalden waar je basalt en zwavel verwachtte.
Ainoa's indruk:"Men zegt dat als je verdwaald bent in een IJslands bos, je alleen maar hoeft op te staan om de weg weer te vinden. In Hallormsstaðaskógur gaat dat grapje niet op. De bomen zijn hier serieus. Ik loop hier graag omdat de wereld even kleiner wordt. Geen eindeloze horizonten die je dwingen om na te denken over de eeuwigheid, maar gewoon de troost van een boomstam. Het is de ideale plek voor een wandeling zonder pretenties."
Aan de rand van de Lagarfljót vind je de Vök Baths, een architectonisch hoogstandje waar geothermisch water in drijvende baden op het meer ligt. Het uiterlijk is strak, modern en minimalistisch, populair bij de reiziger die luxe wil combineren met de rauwe elementen. Terwijl het meerwater ijskoud tegen de randen van het bad klotst, lig jij in water van 40 graden dat uit de diepte van de aarde komt.
De populariteit schuilt in dit zintuiglijke contrast. De baden zijn ontworpen in de vorm van ijsschotsen die op het meer drijven. Inhoudelijk is het water zo schoon dat het zelfs gedronken kan worden in de vorm van thee bij de kruidenbar. Na een dag wandelen is dit geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke herijking van je eigen gestel.
Verscholen in de vallei ligt Skriðuklaustur, een plek waar cultuur en geschiedenis elkaar in een wurggreep houden. Hier vind je het voormalige huis van de schrijver Gunnar Gunnarsson, een uniek bouwwerk bedekt met gras en gebouwd met lokale steen. Daarnaast liggen de ruïnes van een middeleeuws klooster. De uiterlijke kenmerken zijn een mengeling van IJslandse traditie en een bijna gotische somberheid. Het is populair vanwege de combinatie van archeologie en gastronomie — de lunchbuffetten hier zijn legendarisch.
Wandelen rond Skriðuklaustur is wandelen door de resten van religieuze en literaire ambities. De opgravingen van het klooster vertellen een verhaal van ziekte, zorg en devotie in een onherbergzaam landschap. Het is een plek die je dwingt om na te denken over de menselijke volharding.
Ainoa's indruk:"Ik heb een zwak voor plekken waar de geest wordt gevoed terwijl de maag niets tekortkomt. Skriðuklaustur is zo’n zeldzaamheid. Het huis van Gunnarsson ziet eruit als een plek waar je zowel een meesterwerk zou kunnen schrijven als langzaam gek zou kunnen worden van de eenzaamheid. De ruïnes van het klooster herinneren ons eraan dat we allemaal passanten zijn. Maar zolang er lamsvlees op het buffet ligt, hoor je mij niet klagen over de vergankelijkheid."
Hoewel Seyðisfjörður technisch gezien een ander dorp is, begint de ervaring op de bergpas direct buiten Egilsstaðir. De weg over de Fjarðarheiði-pas is een visueel spektakel van watervallen, sneeuwvelden en dramatische dieptes. Populair is de wandeling langs de vele watervallen van de Fjarðará rivier die parallel aan de weg naar beneden klettert. Het uiterlijk is er een van verticale overdaad.
Inhoudelijk is deze route de verbinding tussen de nuchterheid van het binnenland en de artistieke vrolijkheid van de kust. De wandeling voert je langs kletterend water en biedt vergezichten die je doen beseffen waarom IJsland de droom is van elke landschapsfotograaf. Het is de afsluiting van je citytrip die je nog lang in je dromen zal achtervolgen.
20 Veelgestelde vragen over een stedentrip naar Egilsstaðir
De snelste manier is een binnenlandse vlucht van 45 minuten vanaf Reykjavik. Met de auto volg je Ringweg 1, een spectaculaire rit van ongeveer 7 tot 8 uur vanuit de hoofdstad.
Zeker, maar wees voorbereid op gesloten bergpassen en korte dagen. De sneeuw geeft het landschap een magische, verstilde sfeer.
Zorg voor waterdichte, hoge wandelschoenen met een stevig profiel. De paden naar watervallen zoals Hengifoss kunnen modderig en glad zijn.
Ja, door de geringe lichtvervuiling in het oosten is dit een van de beste plekken van IJsland om het noorderlicht te spotten tussen september en april.
Nee, het water is gletsjerwater en bevat veel sediment, waardoor het troebel is. Gebruik kraanwater, dat is in IJsland van topkwaliteit.
Er zijn verschillende goede restaurants die lokale producten serveren, zoals rendier en verse vis. Skriðuklaustur is een aanrader voor de lunch.
Het is een klim van ongeveer een uur. De helling is gestaag maar voor de gemiddelde wandelaar goed te doen. Neem de tijd en geniet van het uitzicht.
Dit is het legendarische monster dat in het meer zou leven, vergelijkbaar met het monster van Loch Ness. Er zijn zelfs 'bewijsvideo's' van.
Ja, er zijn meerdere supermarkten (zoals Bónus en Nettó) waar je alles kunt vinden voor je wandelingen.
Voor de hoofdwegen en de meeste trekpleisters in dit artikel is in de zomer een gewone auto voldoende. In de winter is een 4x4 sterk aanbevolen.
Reken op 10 tot 15 graden. Het oosten staat bekend om zijn relatief warme en zonnige zomers vergeleken met de rest van IJsland.
Ja, de faciliteiten zijn modern en goed toegankelijk, ook voor mensen die minder mobiel zijn.
Het beslaat ongeveer 740 hectare en is daarmee het grootste bosareaal van het land.
Het is een historisch landgoed met een museum over schrijver Gunnar Gunnarsson en de ruïnes van een 16e-eeuws klooster.
Vrijwel iedereen spreekt uitstekend Engels, dus communicatie is geen enkel probleem.
Ja, het oosten is de enige plek in IJsland waar rendieren in het wild leven. In de winter dalen ze vaak af naar de lagere gronden rond de stad.
Ja, er is een gezondheidscentrum (Heilsugæslustöð) in Egilsstaðir voor eerste hulp en medische vragen.
Bij de meeste natuurlijke trekpleisters in het oosten is parkeren momenteel nog gratis, maar check altijd de lokale borden.
In de stad en bij de bezoekerscentra wel, maar op de wandelpaden ben je aangewezen op je eigen mobiele bereik, dat overigens verrassend goed is in IJsland.
Ja, IJsland is vrijwel cashloos; je kunt werkelijk alles met je bankpas of creditcard betalen.
Bronnen: Visit East Iceland, National Museum of Iceland, Icelandic Forest Service, Geological Survey of Iceland, Historical Records of Skriðuklaustur.
Wij doen onze best om deze informatie zo actueel en accuraat mogelijk te houden, maar kunnen niet garanderen dat alle details op het moment van lezen nog correct zijn. Zie ook onze disclaimer.