Ga naar de inhoud

De grens. Dat is het eerste wat je voelt als je aan Vitebsk denkt, nietwaar? Niet de lijn op een kaart, maar de grens tussen wat was en wat nog kan zijn, tussen kleur en grijs. Vitebsk ligt daar, verscholen in het Oosten, een stad die fluistert over Marc Chagall, over paarden die door de lucht vliegen en violisten op de daken. Maar een stad is geen schilderij, hoe graag we dat ook zouden willen. Ze is een doos met geheimen, met hoeken waar het licht niet komt. Je loopt over de kasseien en je vraagt je af: wat heeft deze aarde gezien? Welke verhalen zijn hier verzegeld onder de laag stof van de tijd? De Dvina rivier stroomt er stil en onverstoorbaar, als een getuige die niet wil spreken. Ze spiegelt de lucht, de gevels, maar de waarheid van de mensen die er wonen, die blijft onder de oppervlakte. Er hangt een melancholie, zo zacht als een oude sluier, over de koepels van de kerken en de houten huisjes die de winter hebben overleefd. Je bent hier te gast in een droom die al eeuwen duurt, en je weet, zonder dat je het hardop zegt: sommige dromen kun je maar beter niet proberen te begrijpen, alleen maar te voelen. Het is de stilte hier die spreekt, een stilte die je meeneemt naar huis.