Wit-Rusland. Minsk. Een stad die herboren is uit de as van de oorlog, met een architectuur die de perfecte, strakke, doch onmenselijke, Sovjet-ideaal weerspiegelt. Wat moet ge ervan zeggen? Het is de stad van de orde, van de controle, waar de straten te breed zijn en de gebouwen te hoog. Het is de schijn van de perfectie, hé. Ge kijkt naar de mensen, die lopen met een soort ingehouden, melancholische tred. Ze zijn mooi, ja, maar met een schoonheid die de angst verbergt. Dit is de uithoek van Europa, de laatste dictatuur, waar de geschiedenis niet mag veranderen. En daar zit de tragedie. Ge zoekt naar de barsten in het beton, naar het kleine teken van verzet, naar de menselijke vonk die niet gedoofd kan worden. Maar het is goed verstopt. Ge moet de tijd nemen om de verhalen te horen die in het fluisteren zijn opgeslagen. De geur van de draniki, de aardappelpannenkoeken, die de armoede van het land verdoezelen. Wit-Rusland is een zwijgende film over de menselijke veerkracht in het aangezicht van de onderdrukking. Een raadsel dat ge niet zomaar oplost.